
Bij de ijzeren poort van onze compound loop ik meneer T. tegen het lijf. Een aftandse vrachtwagen heeft net een lading zand neergekieperd, die mannen met scheppen handmatig naar binnen schuiven. Meneer T. is van plan om voor de regentijd een extra verdieping op het huis te laten zetten. Dat de rest van het pand nog maar half is afgebouwd en al onderhevig aan verval, doet er niet toe. Bouwen moet, bouwen doet je goed, ik bouw dus ik ben.
Meneer T. is onze nieuwe huisbaas. Hoewel we intussen al ruim drie maanden op Signal Hill bivakkeren, is dit de eerste ontmoeting, want meneer T. woont in Londen. Hij is, zoals dat heet, een Sierra Leonees in de diaspora. Tot nu toe verliep het contact vooral via Whatsapp-gesprekken waarin mijn geliefde luidkeels tekeer ging over de eindeloze reparaties waar we tegenaan lopen - wat is dit godverdegodver voor een rothuis! - waarna meneer T. tekeer ging om duidelijk te maken dat hij die reparaties echt niet ging betalen. We zochten het maar lekker zelf uit.
Meneer T. is een kleine, krasse man van begin tachtig. Hij mist een paar tanden, maar verder doet alles het nog. Zijn vrouw Fanta, ergens in de dertig, scharrelt rond achter de zandhoop. Ze is zwanger van zijn eerste kind. Vanuit de verte glimlacht ze me vaagjes toe. Omdat Fanta tijdens afwezigheid van meneer T. de honneurs waarneemt, heb ik haar al vaker ontmoet. Dit keer houdt ze zich nadrukkelijk op de achtergrond. Misschien wil ze niet dat ik een blik werp op haar buik. Die ziet er heel anders uit dan de opzichtige bobbel waar ze een paar maanden geleden mee rondliep. Minder dik, veel minder rond ook.
De zwangerschap van Fanta is in de buurt reden tot roddel, achterklap en wilde Afrikaanse verhalen. Niemand gelooft dat het kind door meneer T. is verwekt. Hij is veel te oud en hoe lang is het wel niet geleden dat hij voor het laatst in Freetown was? De meest boze tongen beweren dat Fanta's zwangerschap gefaket is. Om haar bejaarde echtgenoot aan het lijntje te houden, doet ze alsof ze in verwachting is. Tegen de tijd dat ze zogenaamd is uitgerekend, gaat ze ongetwijfeld ergens in een ziekenhuis een baby kopen die de echte moeder niet hebben wil. Iedereen vindt Fanta een kreng en meneer T. een ongelofelijke sukkel, en iedereen verkneukelt zich.
Ik knoop een gesprek aan over de bouw van de nieuwe etage en de lekkages op de bestaande verdiepingen. Meneer T. zal kijken wat ie kan doen. Het leven is per slot van rekening nogal onvoorspelbaar. Hij wijst op de zwangere buik van Fanta: 'Kijk, de baby is nog niet klaar.'
Ik knik begrijpend.
Meneer T.: 'Het duurt nu al twaalf maanden.'
Ik: 'Twaalf maanden?'
Meneer T.: 'Ja, want het is nu een jaar geleden dat ik hier voor het laatst was.'
Ik blijf instemmend knikken.
'Weet je,' meneer T. wijst naar de wereld om hem heen: 'De dingen gaan hier heel anders dan in Europa.'
Ja, de dingen gaan hier heel anders. Daar valt geen speld tussen te krijgen.
April 2026