Vraaggesprek

 

‘We zitten gevangen in religieuze systemen die we zelf in het leven hebben geroepen’

Journaliste Marnel Breure in gesprek met voodoovrouw Marinel

 

Mami WataIn oktober 2006 publiceerde Marnel Breure Het land van Legba, een literair non-fictieboek over de belevenissen van een zekere Marinel. Deze doorgewinterde reizigster gaat in de voodoocultuur van Benin op zoek naar de dingen die zich verborgen houden ‘in de schaduw van het menselijk bestaan’.

 

Beetje bij beetje dringt ze door in een wereld die haar fascineert maar ook afschrikt. Wanneer Marinel zich na lang wikken en wegen aan een oud Afrikaans initiatieritueel onderwerpt, neemt haar leven een onomkeerbare wending.

 

Na verschijning van Het land van Legba mocht Marnel Breure haar verhaal doen op radio en televisie. Maar hoe verging het Marinel? Breure zocht haar hoofdpersoon op en sprak met haar over hedendaags heidendom en moderne magie.

 

MB: Durf je de straat nog wel op na je coming out als voodoovrouw?
Marinel: “Jazeker! De buitenwereld is banger voor mij dan ik voor de buitenwereld. Het voordeel van mijn Werdegang door de voodoowereld is dat ik een stuk of wat angsten van me af heb kunnen schudden. De angst om niet aardig te worden gevonden, is er één van. De angst om voor gek te worden versleten, is een andere. Dat lucht enorm op!

 

MB: Wat is de meest negatieve reactie die je gekregen hebt?
Marinel: Ik deed een interessante freelance klus voor een christelijke organisatie. Een van de werknemers stuurde een mailtje naar het management: ik zou een voodoopriesteres zijn en moest uit de organisatie worden geweerd. Het probleem is in rede en vriendschap opgelost, maar het was schokkend om te merken dat er in christelijke kring nog steeds vanuit wordt gegaan dat voodoo per definitie slecht is. Het voelde als een soort van heksenproef. En dat in deze tijd!

 

MB: Je wordt in ieder geval wel serieus genomen. Geloof je zelf eigenlijk in voodoo?
Marinel: ‘Geloven’ slaat gemakkelijk om in ‘zeker weten’, terwijl het domein van het religieuze per definitie over onzekerheden en vage vermoedens gaat. Dus nee, ik geloof niet in voodoo. Ik geloof nergens in, maar ik wil alles ervaren. Vanuit die zoekende houding heb ik me opengesteld voor een realiteit die op een aantal onderdelen radicaal afwijkt van de realiteit waarin ik tot dan toe verkeerd had. Dan kan het gebeuren dat je je visie een tikkeltje moet bijstellen…

 

MB: Op welke punten is je wereldbeeld veranderd?
Marinel: We leven met z’n allen in een krachtenveld dat zich niet tot één enkel punt herleiden laat. Daarom beschouw ik het monotheïsme als een dwaalleer. Er is niet één God die het begin en het eind van alles is, er zijn vele goden en krachten aan het werk. “Voodoo” staat in feite voor mysterie, het verwijst naar datgene wat zich aan de gewone waarneming onttrekt. Maar dat we iets niet kunnen waarnemen, betekent nog niet dat het niet bestaat. Een hond hoort bijvoorbeeld veel meer dan een mens. Hij vangt trillingen op die ons ontgaan en is in dat opzicht dus beter ontwikkeld. Het is zaak dat we ons bewustzijn van de onzichtbare wereld beetje bij beetje vergroten.

 

MB: Waarom is dat zo belangrijk?
Marinel: De mensheid draait in kringetjes rond. We zitten gevangen in religieuze systemen die we zelf in het leven hebben geroepen. Het is toch van den gekke dat het al dan niet dragen van een hoofddoekje in de eenentwintigste eeuw voor een godsdienstig vraagstuk doorgaat! Religie gaat wat mij betreft over de vrijheid van lichaam en geest. Die vrijheid komt tot stand door uit de begrenzing van de alledaagse realiteit te breken en je te verbinden met datgene wat zich daarbuiten bevindt. Door te bidden, te dansen, te vasten of te vrijen. Anything goes! Als het maar tot een verruiming van het bewustzijn leidt. Religie is grenzeloosheid en staat dus eigenlijk haaks op dogmatiek en burgerfatsoen.

 

MB: De voodoogod Legba die in je boek een hoofdrol speelt, is het prototype van de amorele ordeverstoorder. Ben jij er zelf ook op uit om chaos en verwarring te veroorzaken?
Marinel: Nee, ik ben heel netjes. Ik sta nooit rood, hou me altijd aan afspraken en leg regelmatig schone lakens op mijn bed.

 

MB: Je gaat er toch juist prat op een avontuurlijke dame te zijn?
Marinel: Het één sluit het ander niet uit, hoor. Ik begeef me inderdaad wel eens in situaties waar anderen voor terugdeinzen. De gebeurtenissen in Het land van Legba worden door veel lezers als heftig en buitenissig ervaren. Tja, ik zeg maar zo, normaal doen kan altijd nog, dus waarom zou je niet eerst een beetje experimenteren met het leven? Dat maakt me nog niet tot een amorele ordeverstoorder. Ik vrees dat ik eerder het type van de wereldverbeteraar ben, die uit de chaos en de verwarring iets nieuws wil scheppen. Dan komt een beetje voodoo goed van pas!

 

MB: Hoe gaat dat in z’n werk?
Marinel: Een moderne heiden is zich ervan bewust dat hij een god in ’t diepst van zijn gedachten is. Voodoo is een religie waarin de mens een actieve rol krijgt toebedeeld. Jij en ik zijn niet alleen een onderdeel van het krachtenveld, we beschikken ook over het vermogen er invloed op uit te oefenen. Dat heet magie. Magie is de kunst om in te grijpen in de werkelijkheid met behulp van het bewustzijn. Als het bewustzijn verandert, verandert de werkelijkheid tot op zekere hoogte mee. Iedere kwantumfysicus kan dat inzicht bevestigen. Oude religies en nieuwe wetenschappen blijken elkaar op een aantal cruciale punten te versterken. Daarmee ben ik in feite weer terug bij de noodzaak om de waarneming te ontwikkelen. Als we ons magisch bewustzijn weten te vergroten, zal het veranderingspotentieel in deze wereld evenredig toenemen.

 

MB: En? Al resultaten geboekt?
Marinel: Eh… nou, om eerlijk te zijn, begint het me nog maar net te dagen, dus pin me niet vast met die pesterige vraagjes van je! Ik realiseer me terdege dat de praktijk van het spirituele leven een stuk weerbarstiger is dan de theorie. Zo is het maar de vraag of mensen in staat zijn hun krachten in positieve zin aan te wenden. Vernietigen is makkelijker dan scheppen. In de Beninese voodoocultuur heb ik me ruimschoots in het menselijk tekort kunnen verdiepen. Ook in mijn eigen tekort. Wat een rotzooi! Ha, ha! Pas op hoor! Ik ben geen zweefteef! De god in ’t diepst van mijn gedachten moet keihard werken om de cultuurpessimist in mijn linker hartkamer te overstemmen.

 

MB: Wat zijn je toekomstplannen?
Marinel: Lang en gelukkig leven. In het sprookje dat ik zelf bedacht heb. Maar niet als prinses! Ik ben geen type om in een gouden kooi of ivoren toren te zitten en het fenomeen prins boeit me ook niet erg. Ik denk dat de rol van heks me beter ligt.

 

MB: Waarom precies?
Marinel: Een heks is een wilskrachtige vrouw die zich niet neerlegt bij de werkelijkheid zoals die zich aandient. Ze bezweert en roept aan, strevend naar maximale vrijheid en maximaal genot. Daarbij geldt slechts één stelregel die een groot beroep op de eigen verantwoordelijkheid doet: alles mag, zo lang het een ander niet schaadt. Volgens de orakelpriester die me in Benin heeft ingewijd, beschik ik over meer dan gemiddelde heksenkracht. Dat moest ik maar eens nader onderzoeken.

 

Oktober 2007

Comments are closed.